Job van Stoffelen
zondag 13 februari 2011

De kans van je leven

Hebben jullie wel eens moeten kiezen? Ik denk het wel. Bijvoorbeeld, wil je kaas of worst op je boterham. Maar dat is niet zo'n hele moeilijke keus. Nee dan, wat je voor je verjaardag wilt. Dat ene mooie speelgoed of dat andere. Dan wordt het al een stukje lastiger. Of die moeilijke vraag op school, is het nu antwoord A of B? Je leventje zit vol met keuzen die je moet maken.

Maar wat nu als je voor een keus op leven of dood staat? Dan wordt het toch een heel ander verhaal. David staat voor zo'n keus. Hij is op de vlucht voor Saul. En met zijn mannen zijn ze in een soort grot verstopt, een spelonk. En dan, je gelooft het bijna niet, komt koning Saul ook die spelonk in, helemaal alleen, zonder wapen of lijfwacht. Saul denkt dat hij alleen in de spelonk is. De mannen van David wijzen naar Saul en gebaren David dat dit zijn grote kans is. David kijkt naar Saul en naar zijn zwaard en heeft zweet in zijn handen. Is dit wat hij moet doen? Is dit wat God van hem wil? Moet hij Saul doden, Saul is de koning die door God gezalfd is, God heeft Saul tot koning gemaakt. David trekt zijn zwaard.

Hoe dat afloopt horen jullie straks tijdens de nevendienst. Maar waar dit verhaal vooral over gaat, is dat God soms hele andere keuze maakt als wij zouden doen of wij zouden willen. Wij denken vaak eerst aan onzelf, waarschijnlijk doe je dat ook wel eens, maar God vraagt van ons om juist ook naar anderen om te zien.

Ik wil aan de dominee vragen of hij samen met ons wilt bidden en daarna zingen we ELB 443, "Ik volg de Heer".

Ik volg de Heer

Ik volg de Heer (Ik volg de Heer),
want Hij is goed (want Hij is goed).
Hij weet de weg (Hij weet de weg)
en hoe het moet (en hoe het moet).
Hij houdt van mij (Hij houdt van mij).
Hij is overal (Hij is overal),
de Herder die mij leiden zal.

Soms gaan we door (soms gaan we door)
gevaarlijk land (gevaarlijk land).
Dan loopt Hij voor (dan loopt Hij voor)
en in Zijn hand (en in Zijn hand)
houdt Hij de staf (houdt Hij de staf)
en neemt ons mee (en neemt ons mee).
Het is zoms zwaar, maar toch okee!
 
Een leeuw die brult (een leeuw die brult)
of een beer die bromt (of een beer die bromt)
De Herder kijkt (de Herder kijkt)
wat of er komt (wat of er komt).
Hij is als een muur (Hij is als een muur)
rondom ons heen (rondom ons hen),
Hij laat ons nooit, nee, nooit alleen!

(PS)

Plaats een reactie:

* - verplicht veld

*
*

Reacties:

Geen reacties